ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6278
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schukking
- K.J. Veenstra
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking rapport overlijden moeder op grond van Wob
Eiseres verzocht verweerder om openbaarmaking van een rapport over het overlijden van haar moeder op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder weigerde dit op grond van artikel 10, tweede lid, onderdelen d, e en g van de Wob, met het oog op het belang van inspectie, controle en toezicht, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling.
Hoewel eiseres het rapport via een andere weg ontving en haar specifieke belang bij inzage benadrukte, oordeelde de rechtbank dat het recht op openbaarmaking volgens de Wob uitsluitend het publieke belang dient en niet het individuele belang van de verzoeker. De rechtbank erkende het bijzondere persoonlijke belang van eiseres, maar stelde dat dit geen grond is voor een niet-algemene openbaarmaking.
De rechtbank vond de vrees van verweerder gerechtvaardigd dat openbaarmaking de vertrouwensrelatie tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en zorginstellingen zou schaden, wat het toezicht zou belemmeren. Tevens werd geoordeeld dat de medische gegevens van de moeder van eiseres onder haar persoonlijke levenssfeer vallen, ook na overlijden, en dat anonimiseren onvoldoende bescherming biedt. Gelet op deze belangenafweging werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot openbaarmaking van het rapport op grond van de Wob.