ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8433
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid indicatie additionele zorg na wijziging AWBZ per 2012
Eiseres was geïndiceerd voor het Zorgzwaartepakket LG-07 en vorderde dat verweerder additionele zorguren zou indiceren na 1 januari 2012. Verweerder stelde zich op het standpunt dat de regelgeving per die datum wijzigde en dat additionele uren niet langer geïndiceerd kunnen worden naast het Zorgzwaartepakket.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever met ingang van 1 januari 2012 expliciet meerzorg buiten het Zorgzwaartepakket heeft uitgezonderd als aanspraak onder de AWBZ. Dit volgt uit artikel 2 van Pro het Zorgindicatiebesluit en de toelichting van de Staatssecretaris. De rechtbank concludeerde dat het indicatieorgaan niet bevoegd is additionele zorg te indiceren die uitdrukkelijk is uitgezonderd door de materiële wetgever.
Verder oordeelde de rechtbank dat het besluit van verweerder om de indicatie van additionele zorguren met terugwerkende kracht te verlagen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en vernietigde dit deel van het besluit. Ook werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de bestuurlijke en rechterlijke fase is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding aan eiseres.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak, tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten, en heropende het onderzoek voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het bestreden besluit III is vernietigd voor zover het de ingangsdatum van de verlaging van additionele zorguren betreft en verweerder moet een nieuw besluit nemen.