ECLI:NL:CRVB:2011:BU3825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid indicatieorgaan voor additionele zorg bij zorgzwaartepakket in AWBZ
De zaak betreft het geschil over de indicatie van zorg voor een verzekerde met een ernstige neurologische aandoening die een zorgzwaartepakket (ZZP) LG07 toegewezen kreeg. Betrokkene stelt dat haar extreme zorgbehoefte niet voldoende wordt gedekt door het ZZP en dat zij recht heeft op een volledige indicatie inclusief additionele uren. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) stelt dat zij niet bevoegd is om additionele zorg te indiceren en dat extra zorg gefinancierd kan worden via toeslagen.
De voorzieningenrechter had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en CIZ opgedragen een nieuw besluit te nemen. CIZ stelde hoger beroep in maar trok dit later in, waardoor de Raad zijn beoordeling beperkte tot het besluit van 28 april 2011. De Raad stelt vast dat de wet- en regelgeving per 1 januari 2011 is gewijzigd en dat indicatiestelling plaatsvindt in de vorm van ZZP’s.
De Raad oordeelt dat noch de tekst noch de toelichting van de relevante artikelen in de AWBZ, het Besluit zorgaanspraken AWBZ, het Zorgindicatiebesluit en de Regeling zorgaanspraken AWBZ steun bieden aan het standpunt van CIZ dat additionele indicatie uitgesloten is. Integendeel, de objectieve zorgbehoefte van de verzekerde dient te worden vastgesteld en additionele indicatie is mogelijk. Het besluit van 28 april 2011 berust op een met de wet strijdige motivering en wordt vernietigd. CIZ wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het besluit van 28 april 2011 wordt vernietigd en CIZ wordt opgedragen de objectieve zorgbehoefte vast te stellen en additionele indicatie te geven.