ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8434
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid indicatie additionele zorg na wijziging AWBZ per 2012
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of verweerder bevoegd is om na 1 januari 2012 additionele uren zorg bovenop het geïndiceerde Zorgzwaartepakket aan eiseres toe te kennen. Eiseres betoogt dat hiervoor een formele wetswijziging vereist is, terwijl verweerder zich beroept op de gewijzigde materiële regelgeving die dit uitsluit.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever met ingang van 1 januari 2012 expliciet heeft beoogd meerzorg dan het geïndiceerde Zorgzwaartepakket uit te zonderen van aanspraak op AWBZ-zorg. Dit blijkt uit artikelen van de AWBZ, het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Zorgindicatiebesluit. De materiële wetgever, de Kroon, heeft deze bevoegdheid om de aanspraak te regelen, en heeft de aanspraak op additionele zorg beperkt.
Verder oordeelt de rechtbank dat het indicatieorgaan onder de huidige regelgeving geen indicatie kan afgeven voor zorgvormen die expliciet zijn uitgezonderd. Het verbod van reformatio in peius is niet geschonden, en het bestuursorgaan mocht besluiten op bezwaar nemen naar de toen geldende regelgeving, ook al leidde dit tot het opknippen van indicatieperiodes. Wel wordt het besluit vernietigd voor zover de verlaging van additionele zorguren met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 is vastgesteld, vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en de kosten voor de deskundige Welpart B.V. en opent het onderzoek voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit IV vernietigd voor zover het de ingangsdatum van de verlaging van additionele zorguren betreft.