ECLI:NL:RBZLY:2005:AS9407
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Inzageverzoek op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens inzake effectenlease-overeenkomst
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend op grond van artikel 46 Wet Pro bescherming persoonsgegevens (Wbp) om inzage te verkrijgen in de persoonsgegevens die Dexia over hem heeft verwerkt in verband met een effectenlease-overeenkomst uit 1999. Dexia weigerde inzage te verlenen met een beroep op artikel 43 sub e Wbp Pro, stellende dat het verzoek een fishing expedition betrof en dat bepaalde gegevens geen persoonsgegevens zijn.
De rechtbank overweegt dat het inzagerecht van de betrokkene recht geeft op een volledig overzicht van de verwerkte persoonsgegevens, inclusief informatie over de herkomst en het doel van de verwerking. Hoewel Dexia stelt dat het verzoek onredelijk is en haar processuele positie kan schaden, acht de rechtbank dit onvoldoende onderbouwd. Het verzoek is niet bedoeld om vertrouwelijke bedrijfsinformatie te verkrijgen of Dexia te schaden.
De rechtbank bepaalt dat Dexia aan verzoeker een begrijpelijk overzicht moet verstrekken van de verwerkte persoonsgegevens, waaronder gegevens over het risicoprofiel, de kredietwaardigheid en de aan- en verkoop van aandelen voor zover herleidbaar tot verzoeker. Indien het overzicht onvoldoende is, moet Dexia op gemotiveerd verzoek kopieën van relevante documenten verstrekken, met inachtneming van redelijke kostenvergoeding. De vordering tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de Wbp hierin niet voorziet.
Uitkomst: Dexia wordt bevolen verzoeker inzage te geven in zijn verwerkte persoonsgegevens met betrekking tot de effectenlease-overeenkomst.