ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ4581
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling leerplicht op grond van richtingsbezwaren niet beperkt door inschrijving op school
De zaak betreft een leerplichtkwestie waarbij verdachte en zijn echtgenote een beroep deden op vrijstelling van de leerplicht op grond van richtingsbezwaren tegen het onderwijs op alle binnen redelijke afstand gelegen scholen. De kinderen werden niet langer op school ingeschreven maar kregen thuisonderwijs.
Artikel 8 lid 2 van Pro de Leerplichtwet 1969 beperkt de mogelijkheid tot vrijstelling indien een kind eenmaal op een school is ingeschreven. De kantonrechter toetste deze bepaling aan artikel 9 EVRM Pro (vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) en artikel 2 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM (recht op onderwijs met eerbiediging van levensovertuiging ouders).
De kantonrechter oordeelde dat artikel 8 lid 2 LPW Pro inbreuk maakt op deze rechten omdat het ouders verhindert hun gewijzigde levensovertuiging tot uitdrukking te brengen in het onderwijs zodra een schoolkeuze is gemaakt. De beperking is niet noodzakelijk in een democratische samenleving en geen van de in artikel 9 lid 2 EVRM Pro genoemde uitzonderingen is van toepassing.
Daarom werd artikel 8 lid 2 LPW Pro buiten toepassing gelaten op grond van artikel 94 Grondwet Pro. De verdachte werd vrijgesproken omdat hij rechtmatig een beroep op vrijstelling had gedaan en de kinderen thuisonderwijs ontvingen. De inschrijving bij de school werd juridisch irrelevant geacht.
Deze uitspraak bevestigt het belang van het recht op vrijheid van godsdienst en onderwijskeuze boven de formele inschrijving op een school.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het beroep op vrijstelling leerplicht op grond van richtingsbezwaren niet kan worden beperkt door eerdere inschrijving op school.