ECLI:NL:PHR:2003:AJ0497
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geldigheid vrijstelling leerplicht bij bezwaar tegen onderwijsrichting bij niet-leerplichtige jongere
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis waarin de verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging wegens het niet voldoen aan de inschrijvings- en bezoekplicht van zijn zoon aan school volgens de Leerplichtwet 1969.
De Rechtbank had geoordeeld dat de vrijstelling van de leerplicht op grond van overwegend bezwaar tegen de richting van het onderwijs niet van toepassing was omdat de jongere ten tijde van eerdere schoolplaatsing nog niet de leerplichtige leeftijd had bereikt. De Hoge Raad stelt echter dat deze uitleg onjuist is en dat artikel 8, tweede lid, ook geldt voor jongeren die nog niet leerplichtig waren tijdens die plaatsing.
Verder werd vastgesteld dat het proces-verbaal van de terechtzitting waarop het vonnis werd uitgesproken aanwezig was en dat het schriftelijk vonnis van 6 februari 2001 het mondeling vonnis van 23 januari 2001 verving, waardoor het hoger beroep ontvankelijk was ingesteld.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste uitleg van de Leerplichtwet 1969.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.