ECLI:NL:RBZLY:2008:BH5883
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aandelenleaseovereenkomsten wegens schending zorgplicht effecteninstelling
Op 26 augustus 1998 en 3 december 2001 sloot [A] met Levob Bank N.V. meerdere aandelenleaseovereenkomsten waarbij Levob geld leende aan [A] om te beleggen in aangewezen fondsen. De overeenkomsten hadden een looptijd van vijf tot tien jaar en voorzagen in verkoop van effecten na afloop, waarbij een eventuele restschuld door [A] moest worden aangezuiverd.
[Nadat [A] tekortschiet in de betaling van rente en aflossing, vordert Levob betaling van het restant. [A] stelt in reconventie dat zij onder dwaling de overeenkomsten is aangegaan, dat de overeenkomsten nietig zijn wegens strijd met de Wet Toezicht Effectenverkeer (Wte) en de Wet op het Consumentenkrediet (Wck), en dat Levob wanprestatie heeft gepleegd door schending van haar zorgplicht. De rechtbank oordeelt dat de verzettermijn door [A] tijdig is nageleefd en dat dwaling voor haar rekening komt omdat zij de overeenkomsten kon inzien en vragen had kunnen stellen.
De rechtbank verwerpt de nietigheidsgronden wegens strijd met Wte en Wck, maar stelt vast dat Levob tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende informatie te verstrekken en onvoldoende informatie in te winnen over de financiële positie en ervaring van [A]. De gedragingen van de tussenpersoon [B] worden aan Levob toegerekend. De schending van de zorgplicht kwalificeert als wanprestatie, waardoor ontbinding van de overeenkomsten terecht is. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen over de gevolgen van ontbinding en ongedaanmaking.
Uitkomst: De aandelenleaseovereenkomsten worden ontbonden wegens schending van de zorgplicht door Levob.