ECLI:NL:RBZLY:2009:BH4424
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar WOZ-waarde wegens onvoldoende motivering met instandhouding rechtsgevolgen
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €299.000 per waardepeildatum 1 januari 2007. Eiser voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede omdat eerdere waarderingen lager waren en de gebruikte referentieobjecten niet geschikt zouden zijn. De rechtbank stelde vast dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet passend waren, omdat deze te ver van de waardepeildatum lagen.
De rechtbank benadrukte dat in de uitspraak op bezwaar de motivering en onderbouwing van de WOZ-waarde duidelijk en inzichtelijk moeten zijn voor de belanghebbende, met bruikbare vergelijkingspanden en juiste feiten. De praktijk waarbij pas in de beroepsfase een taxatiematrix wordt overgelegd en de motivering wordt aangevuld, leidt tot onnodige beroepen en is onwenselijk.
Hoewel de uitspraak op bezwaar werd vernietigd wegens schending van het motiveringsbeginsel, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de nieuwe taxatiematrix wel een correcte waardering van €299.000 ondersteunde. De stelling van eiser dat de waarde te hoog zou zijn op basis van een rekenmodule van Vereniging Eigen Huis werd verworpen. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de vastgestelde WOZ-waarde van €299.000 wordt gehandhaafd.