ECLI:NL:RBZLY:2009:BI4772
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- F.G. van Arem
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft een geschil over de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting met 52 weken door het UWV, omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor haar werkneemster die sinds maart 2006 wegens rugklachten uitviel.
De werkneemster hervatte gedeeltelijk werk en werd begeleid bij re-integratie, onder meer via een uitzendbureau, maar het UWV oordeelde dat de werkgever onvoldoende actie had ondernomen om passend werk te vinden en de adviezen van de arbodienst onvoldoende kritisch had gevolgd. De werkgever stelde dat zij mocht vertrouwen op de deskundigen en dat de maximale sanctie onterecht was opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever tekort is geschoten in haar re-integratieverplichtingen omdat zij onvoldoende de vinger aan de pols hield en niet adequaat handelde ondanks signalen dat de advisering mogelijk onjuist was. De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV wegens onjuiste motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt zij het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.