ECLI:NL:RBZLY:2009:BI4779
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid en terugvordering WWB-uitkering wegens niet-melding onroerende zaken in het buitenland
Eisers ontvingen bijstand op grond van de WWB en hebben onroerende zaken in Turkije niet gemeld, ondanks expliciete vragen in controleformulieren. Verweerder besloot de uitkering in te trekken en terug te vorderen over de periode 2001-2003. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten en tegen de afwijzing van een nieuwe aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid tot besluitvorming correct was overgedragen aan het dagelijks bestuur van de IGSD. Eisers erkenden het bezit van onroerende zaken, maar gaven als excuus vergeetachtigheid aan voor het niet melden. De rechtbank vond dit ontoereikend en oordeelde dat verweerder terecht de uitkering introk en terugvorderde, omdat de vermogensgrens werd overschreden.
Verweerder had echter nagelaten in de beslissing op bezwaar te motiveren of er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering, wat in strijd is met het motiveringsbeginsel. Daarom vernietigde de rechtbank dit onderdeel van het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het bezwaar tegen de fictieve weigering van de nieuwe aanvraag werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en de afwijzing van de nieuwe aanvraag was gegrond.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eisers en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. Het hoger beroep staat open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor het onderdeel terugvordering vanwege onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; voor het overige is het beroep ongegrond.