ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6440
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing langdurigheidstoeslag wegens detentieperiode
Eiser heeft een langdurigheidstoeslag aangevraagd op grond van artikel 36 WWB Pro, welke door verweerder is afgewezen omdat eiser gedurende de referteperiode van 60 maanden onvoldoende zou hebben geprobeerd algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, mede vanwege een detentieperiode van ruim vier maanden.
De rechtbank stelt vast dat eiser gedurende zijn detentie niet beschikbaar was voor arbeid en dat het beleid van verweerder inhoudt dat detentie automatisch leidt tot onvoldoende arbeidsinspanningen. Dit beleid wordt door de rechtbank als te ongenuanceerd en onredelijk beoordeeld, omdat het niet aansluit bij de uitleg van de Staatssecretaris dat bij onderbrekingen in de referteperiode steeds individueel moet worden beoordeeld of er voldoende inspanningen zijn geleverd.
Hoewel eiser ook voor zijn detentie geen arbeidsinspanningen heeft verricht, is het beleid om detentie zonder meer als ontoereikend te beschouwen niet toelaatbaar. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en bepaalt zij vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.