ECLI:NL:RBZLY:2010:BM0086
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op afwijzing medenaturalisatie wegens bijzondere omstandigheden
Eiser, van Burundische nationaliteit, verzocht op 29 oktober 2008 om medenaturalisatie. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 9, lid 1, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat eiser binnen de rehabilitatieperiode een taakstraf had ondergaan voor een strafbaar feit. De taakstraf van 20 uur was opgelegd na een transactie wegens overtreding van artikel 300 Sr Pro.
Volgens de Handleiding bij de RWN leidt een taakstraf binnen vier jaar voorafgaand aan het verzoek in beginsel tot afwijzing vanwege ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde. Eiser voerde aan dat de kans op recidive klein was, zoals ingeschat door de Raad voor de Kinderbescherming, en dat hij geen recidive had gepleegd. De rechtbank achtte deze omstandigheid als bijzonder en oordeelde dat verweerder had moeten afwijken van het beleid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het oordeel is gebaseerd op jurisprudentie en de parlementaire geschiedenis die benadrukken dat het criterium vooral ziet op het huidige en toekomstige gedrag van de verzoeker.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van medenaturalisatie wordt vernietigd.