ECLI:NL:RVS:2005:AU5393
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens niet tijdige strafuitvoering
Appellant verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie vanwege ernstige vermoedens dat appellant gevaar zou opleveren voor de openbare orde, gebaseerd op een eerder opgelegde gevangenisstraf.
Appellant was veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens een misdrijf gepleegd in 1993, maar heeft deze straf niet direct ondergaan. Gedurende ruim negen jaar werd de straf niet uitgevoerd, deels omdat appellant niet was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en zich niet meldde bij de penitentiaire inrichting. Pas na een gratieverzoek, dat in 2000 werd ingewilligd, en betaling van een geldboete in 2002, werd aan de voorwaarden voldaan.
Appellant stelde dat de lange periode tussen de veroordeling en de uitvoering van de straf te wijten was aan nalatigheid van de overheid, waardoor het naturalisatieverzoek niet afgewezen had mogen worden. De Afdeling oordeelde echter dat de vertraging aan appellant zelf te wijten was, omdat hij zich niet meldde en zelf om uitstel en gratie verzocht. Ook was niet gebleken dat appellant de beslissing op het gratieverzoek had proberen te bespoedigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.