ECLI:NL:RBZLY:2010:BN5511
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij onduidelijke bevoegdheidsverdeling indicatiebesluiten AWBZ-zorg
Verzoekers, twee minderjarige kinderen met een verstandelijke beperking en autisme, zijn door verweerder geïndiceerd voor minder zorg dan voorheen, wat leidt tot een aanzienlijke achteruitgang in zorg en financiële problemen voor hun moeder. Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om de zorg op een acceptabel niveau te houden.
De voorzieningenrechter constateert dat er geen duidelijke visie bestaat op de bevoegdheidsverdeling tussen het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Bureau Jeugdzorg (BJZ), waardoor verweerder onterecht de indicaties heeft vastgesteld zonder rekening te houden met de psychiatrische componenten van de zorg. De rechtbank besluit daarom dat verweerder integraal bevoegd wordt geacht voor deze indicaties zolang geen duidelijkheid bestaat.
Inhoudelijk oordeelt de voorzieningenrechter dat de lagere indicaties voor persoonlijke verzorging (PV) en individuele begeleiding (BG ind) onvoldoende zijn gemotiveerd en niet aansluiten bij de problematiek van verzoekers. Daarom wordt verweerder bevolen verzoekers vanaf 1 juni 2010 te behandelen alsof zij zijn geïndiceerd voor PV klasse 7 en BG ind klasse 7, zodat de zorg op een aanvaardbaar niveau kan worden voortgezet.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat geen kosten aan de zijde van verzoekers zijn gebleken.
Uitkomst: Verweerder moet verzoekers vanaf 1 juni 2010 behandelen alsof zij zijn geïndiceerd voor PV klasse 7 en BG ind klasse 7.