ECLI:NL:RBZLY:2010:BN6285
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken verblijfsvergunning en bedenkingen tegen verblijf
Eiser, geboren in 1976, kwam in 1996 naar Nederland en werd erkend door een Nederlandse vader, maar werd niet automatisch Nederlander. Door een fout werd hij geregistreerd als Nederlander en kreeg een paspoort. Na onderzoek door de IND werd vastgesteld dat hij niet de Nederlandse nationaliteit had verkregen. Zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning en naturalisatie werden afgewezen, en hij werd ongewenst verklaard.
Eiser stelde dat hij voldoende was ingeburgerd en dat hij onterecht in de veronderstelling verkeerde Nederlander te zijn, waardoor hij afstand deed van de Surinaamse nationaliteit. De rechtbank oordeelde dat het Nederlanderschap alleen kan worden verkregen via de wettelijke routes en niet door een onjuiste registratie of verstrekt paspoort. Het ontbreken van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt een belemmering voor naturalisatie.
De rechtbank volgde de uitleg van artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Handleiding, en concludeerde dat er bedenkingen bestaan tegen het verblijf van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat eiser niet voldeed aan de criteria voor naturalisatie en artikel 10 geen Pro uitzondering bood. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de wettelijke vereisten.