ECLI:NL:RBZUT:2005:AT4445
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering medische situatie
Eiseres viel op 24 januari 2003 uit wegens psychische klachten en kreeg per 23 januari 2004 een WAO-uitkering toegekend. De werkgever diende bezwaar in tegen deze toekenning. Na een medisch onderzoek op 1 juli 2004 concludeerde de bezwaarverzekeringsarts dat onvoldoende medische grondslag bestond voor arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2004, mede vanwege onvoldoende medewerking van eiseres.
Verweerder trok de WAO-uitkering per 20 augustus 2004 in op grond van dit bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een beslissing op bezwaar is en dat de werkgever als belanghebbende kan optreden. De rechtbank stelt dat de intrekking niet alleen gebaseerd mag zijn op de situatie per einde wachttijd (23 januari 2004), maar ook op de situatie op de datum van intrekking (20 augustus 2004).
De rechtbank vindt dat verweerder de medische situatie per 20 augustus 2004 niet heeft beoordeeld en dat de motivering van het besluit onvoldoende is, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts zijn standpunt baseerde op onvoldoende medewerking van eiseres, terwijl zij later alsnog toestemming gaf voor het opvragen van medische gegevens. Daarom wordt het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste medische beoordeling.