ECLI:NL:RBZUT:2005:AU2411
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overname achterstallige loonbetalingen en kosten na faillissement werkgever
Eiser was in dienst bij Montagebedrijf B.V. tot 1 januari 2003, waarna het dienstverband eindigde. Na faillissement van de werkgever verzocht eiser de achterstallige loonbetalingen over te nemen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder nam deze verplichtingen deels over, met aftrek van pensioenpremies, beperking van vakantiedagen tot 23,1 en afwijzing van incasso- en proceskosten.
Eiser stelde bezwaar tegen dit besluit en klaagde over het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat verweerder inmiddels had beslist. De rechtbank oordeelde dat de pensioenpremies terecht in mindering zijn gebracht en dat de beperking van vakantiedagen gerechtvaardigd is vanwege de toepasselijke CAO en ongeschiktheid van eiser.
De rechtbank verwierp het beroep tegen de weigering tot overname van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, omdat deze kosten feitelijk door de vakorganisatie van eiser werden gedragen en niet ten laste van eiser kwamen. De rechtbank wees het beroep tegen het besluit van 12 augustus 2004 verder af en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten ten behoeve van eiser.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk; beroep tegen besluit ongegrond; gedeeltelijke overname loonbetalingen bevestigd; kosten niet overgenomen.