ECLI:NL:RBZUT:2005:AU3810
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Van der Hooft
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in Apeldoornse ontuchtzaak wegens gebrek aan wettig bewijs
De rechtbank Zutphen behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met drie minderjarige slachtoffers in Apeldoorn over verschillende perioden tussen 1982 en 2004. De tenlasteleggingen betroffen onder meer het seksueel binnendringen met vingers en het betasten van de slachtoffers, die allen minderjarig waren ten tijde van de vermeende feiten.
De aangiftes werden gedaan door de moeders van de betrokken minderjarigen en vertoonden onderling inconsistenties en tegenstrijdigheden, mede door de onderlinge animositeit tussen aangeefsters en verdachte. De minderjarige slachtoffers werden gehoord in kindvriendelijke omgevingen, waarbij video-opnames werden gemaakt. Deskundige drs. Van der Sleen onderzocht de kwaliteit van deze verhoren en concludeerde dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren, mede door mogelijke beïnvloeding voorafgaand aan de verhoren en actieve betrokkenheid van aangeefsters tijdens de verhoren.
De rechtbank overwoog dat het bewijs onvoldoende wettig en overtuigend was om verdachte te veroordelen. De verhoren van de minderjarigen waren niet optimaal en de aangiftes waren inconsistent. Ook de enkele auditu getuigenverklaring was onvoldoende. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard, aangezien geen bewezen feiten ten grondslag lagen aan hun claims.
Op grond van deze overwegingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Mr. Draisma was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen.