ECLI:NL:PHR:2010:BL1493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijswaardering in zedenzaak
In deze zaak werd verzoeker door het Hof Den Haag veroordeeld wegens bedreiging en feitelijke aanranding van de eerbaarheid op basis van verklaringen van het slachtoffer en haar moeder. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistent en vaag waren en dat objectief steunbewijs ontbrak, waardoor het bewijs onvoldoende was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv niet voldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging. Het hof had niet toegelicht waarom het de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar achtte en in welke mate deze door andere bewijsmiddelen werden ondersteund.
Gezien het zware gewicht van de verklaringen van het slachtoffer en de daarop gebaseerde bewijsvoering, was het hof verplicht om zijn verwerping van het verweer nader te motiveren. Het verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie niet behandeld omdat de zaak toch werd terugverwezen. De Hoge Raad benadrukte het belang van een zorgvuldige motivering bij bewijswaardering, zeker in zedenzaken waar het bewijs vaak grotendeels op verklaringen van het slachtoffer berust.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.