ECLI:NL:HR:2010:BL1493
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging en ontucht ondanks betwisting steunbewijs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging en het plegen en dulden van ontuchtige handelingen op 11 oktober 2005 in een trein op het traject Leiden CS - Schiphol.
De bewezenverklaring steunt voornamelijk op de verklaring van de aangeefster, die getuigde over het tonen van een mes, bedreigende woorden en het plegen van ontuchtige handelingen onder dwang. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, omdat het grotendeels gebaseerd was op verklaringen van de aangeefster zelf en haar omgeving (de-auditu verklaringen), die niet als onafhankelijk steunbewijs konden gelden. Ook werden inconsistenties en vaagheden in haar verklaringen aangevoerd.
Het Hof oordeelde echter dat het betoog van de verdediging primair gericht was op het ontbreken van wettig steunbewijs en dat het gebruikte bewijs voldoende was om de bewezenverklaring te dragen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het Hof niet verplicht was om nader te motiveren waarom het afweek van het onderbouwde standpunt van de verdediging.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, maar gelet op de opgelegde straf en de mate van overschrijding, verbindt de Hoge Raad hieraan geen rechtsgevolgen. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof blijft in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor bedreiging en ontucht met gevangenisstraf.