ECLI:NL:RBZUT:2007:BA3649
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Eiseres kreeg een boete van €22.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen van hun identiteit volgens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder handhaafde het besluit na bezwaar. De rechtbank stelt vast dat de overtredingen zijn begaan en dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen.
De rechtbank overweegt dat de boetenormbedragen in de beleidsregels, respectievelijk €8.000 en €1.500 per overtreding, niet onredelijk hoog zijn en dat verwijtbaarheid van eiseres volledig vaststaat. De verklaring van de maat van eiseres toont aan dat zij geen controles uitvoerde, wat haar volledige verwijtbaarheid bevestigt. Ook omstandigheden als tijdsdruk en bedrijfskleding doen hier niet aan af.
Eiseres voerde aan dat cumulatie van boetes en het ontbreken van financieel voordeel tot matiging moesten leiden, maar de rechtbank wijst dit af omdat de bestuursrechtelijke boeteoplegging een eigen toetsingskader kent. Tevens acht de rechtbank de boete in overeenstemming met artikel 15 IVBPR Pro, ondanks nieuw beleid dat lagere boetes mogelijk maakt, omdat geen verminderde verwijtbaarheid is gebleken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €22.000. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €22.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het beroep ongegrond.