ECLI:NL:RBZUT:2007:BB0910
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curatoren vorderen vergoeding wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking na verkoop paard in faillissement
De rechtbank Zutphen behandelde een civiele zaak waarin curatoren van twee failliete boedels een vordering instelden tegen een derde, gedaagde, wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. De vordering betrof de verkoopsom van een paard, MEXX, dat via een rekening van de failliet werd betaald en waarvan de opbrengst niet aan de failliete boedels was terugbetaald.
De rechtbank stelde vast dat de curator van de failliete boedel van mevrouw [gefaillisseerde 1] niet ontvankelijk was omdat zij onvoldoende onderbouwing gaf voor onrechtmatig handelen jegens deze boedel. De vordering van de curator van de heer [gefaillisseerde 2] werd wel inhoudelijk behandeld. De rechtbank oordeelde dat de verrijking van gedaagde niet ongerechtvaardigd was, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het paard eigendom was van mevrouw [gefaillisseerde 1], die niet failliet was, en dat hij het geld grotendeels had doorbetaald.
Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van een bedrag van € 2.825,-- plus wettelijke rente, omdat dit bedrag niet was terugbetaald aan de failliete boedel. De proceskosten werden gecompenseerd en het meer gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.825,-- met rente aan de curator van de failliete boedel van de heer [gefaillisseerde 2], overige vorderingen worden afgewezen.