ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0797
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing adoptieverzoek ondanks beëindiging samenwoning wegens belang minderjarige
Verzoekster heeft de adoptie van een minderjarige aangevraagd die is geboren binnen de relatie tussen haar en de biologische moeder. Volgens artikel 1:227, tweede lid BW, moet verzoekster ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek met de moeder hebben samengewoond. Hoewel deze samenwoning meer dan drie jaar heeft geduurd, was deze beëindigd vóór het verzoek werd ingediend.
De rechtbank overweegt dat het doel van deze voorwaarde is om stabiliteit voor het kind te waarborgen. In bijzondere omstandigheden kan stabiliteit ook bestaan na het beëindigen van de relatie. De duurzame binding tussen verzoekster en de minderjarige is niet geëindigd door de beëindiging van het huwelijk, mede doordat er sprake is van co-ouderschap en een ouderschapsplan.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie en stelt dat de continuïteit in opvoeding, zoals bedoeld in artikel 20, derde lid van het Verdrag inzake de rechten van het kind, gewaarborgd is. Daarom gaat zij voorbij aan de driejareneis en acht zij het adoptieverzoek in het belang van het kind. Het verzoek wordt toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe ondanks het niet voldoen aan de driejareneis vanwege het belang van de minderjarige en de gewaarborgde continuïteit in opvoeding.