ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3861
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Prisse
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige overschrijding redelijke termijn in D'n Anwas-affaire
De rechtbank Zutphen heeft op 5 februari 2008 geoordeeld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte in de D'n Anwas-affaire. De zaak betreft meerdere strafbare feiten gepleegd tussen 1995 en 1998, waaronder het zonder vergunning vragen en verkrijgen van gelden voor een beleggingsinstelling, valsheid in geschrifte en oplichting.
Het gerechtelijk vooronderzoek startte in mei 2000 en duurde bijna vier jaar, met langdurige perioden van inactiviteit. Na sluiting van het onderzoek volgde een periode van ruim drie jaar zonder vervolgingsdaad, waardoor de totale duur tussen de start van het onderzoek en de dagvaarding meer dan zeven jaar bedroeg. De rechtbank oordeelde dat deze overschrijding van de redelijke termijn in zeer ernstige mate was en dat de belangen van verdachte hierdoor fors waren geschaad.
Hoewel de aard en omvang van de zaak en vertragende factoren een langere termijn konden rechtvaardigen, was de totale vertraging onaanvaardbaar. De rechtbank vond dat het belang van de verdachte bij een tijdige berechting zwaarder woog dan het belang van de maatschappij bij vervolging. Daarom werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn.