ECLI:NL:RBZUT:2010:BN2862
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.B.A.P.M. Varenhorst
- W.M. Eijkelestam
- S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Verzoeker heeft mondeling tijdens een terechtzitting op 12 mei 2010 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. de rechter. Dit verzoek werd nader toegelicht in een brief van 8 juni 2010, waarin verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat zij onterecht had gesteld dat verzoeker schriftelijk op de hoogte was gesteld van een verbod een school te betreden. De rechter heeft dit wrakingsverzoek gemotiveerd weersproken.
De wrakingskamer moest beoordelen of het verzoek ontvankelijk was. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet een wrakingsverzoek tijdig zijn ingediend, dat wil zeggen vóórdat de rechter uitspraak doet en op een moment dat de rechter er nog kennis van kan nemen. Uit het proces-verbaal bleek dat het wrakingsverzoek pas werd gedaan nadat de rechter het onderzoek had gesloten en was begonnen met het uitspreken van haar oordeel.
Verzoeker was zich hiervan bewust, zoals blijkt uit zijn brief waarin hij bezwaar maakte tegen een onderdeel van de bewezenverklaring. Gezien deze feiten oordeelde de wrakingskamer dat het verzoek te laat was ingediend en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. De beslissing werd op 26 juli 2010 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.