ECLI:NL:RBZUT:2010:BO0549
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Feraaune
- Borgerhoff Mulder
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving en dwang
Op 6 februari 2010 vond een incident plaats in Rietmolen waarbij een vrouw werd beschuldigd van wederrechtelijke vrijheidsberoving en dwang. Verdachten B en C werden verdacht van het medeplegen van deze feiten, terwijl verdachte A ook werd beschuldigd van mishandeling van een andere persoon.
De officier van justitie eiste bewezenverklaring van de vrijheidsberoving, gesteund op verklaringen van het slachtoffer en getuigen. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was voor ontvoering en dat de verklaringen van het slachtoffer en medebewoners inconsistent waren.
De rechtbank heropende het onderzoek om het slachtoffer te horen, maar zij verscheen niet. De rechtbank constateerde dat het slachtoffer op meerdere momenten alleen was geweest en dat de verklaringen van de verdachten onderling consistent waren. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de vrijheidsberoving en dwang hadden plaatsgevonden.
Verdachte A werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens eenvoudige mishandeling. Verdachten B en C werden vrijgesproken van de vrijheidsberoving. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om tot een bewezenverklaring te komen voor de vrijheidsberoving en dwang.
Uitkomst: Verdachten B en C worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs; verdachte A veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor eenvoudige mishandeling.