ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5839
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Tweede stille pandhouder bevoegd tot inning na mededeling pandrecht aan debiteuren
In deze zaak staat centraal de bevoegdheid van de tweede stille pandhouder tot inning van verpande vorderingen nadat zij haar pandrecht aan debiteuren heeft medegedeeld. NGN c.s. vordert onder meer een verbod voor de maatschap om vorderingen te innen en een voorschot op schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.
De rechtbank stelt vast dat NGN c.s. en de maatschap al geruime tijd van mening verschillen over de stand van de rekening-courant en dat NGN c.s. de toegestane kredietlimiet heeft overschreden, waardoor zij in gebreke is. Dit geeft de maatschap op grond van artikel 3:239 lid 3 BW Pro het recht om haar pandrecht aan debiteuren mede te delen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de maatschap als tweede stille pandhouder, na mededeling van het pandrecht, bevoegd is tot inning van de vorderingen, ook al is de bank de eerste pandhouder. De stelling van NGN c.s. dat alleen de eerste pandhouder inningsbevoegd is, wordt verworpen. De rechtbank wijst de vorderingen van NGN c.s. af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van NGN c.s. af en bevestigt de bevoegdheid van de tweede stille pandhouder tot inning na mededeling van het pandrecht.