ECLI:NL:RBZUT:2012:BW0564
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- D.S. de Vries
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten gemeente over huishoudelijke hulp op grond van Wmo wegens ontbreken voorliggende voorziening
Eisers, allen behorend tot de doelgroep van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en niet in staat zelfstandig een huishouden te voeren, hadden bij de gemeente Apeldoorn een voorziening voor huishoudelijke verzorging aangevraagd. De gemeente wees deze aanvragen af op grond van het standpunt dat eisers reeds zorg ontvingen via een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), waarin de kosten voor huishoudelijke hulp zouden zijn verdisconteerd.
De rechtbank oordeelt dat artikel 2 van Pro de Wmo bepaalt dat er geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning bestaat indien er een voorliggende voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling is. Echter, huishoudelijke verzorging ten behoeve van behoud van zelfstandig functioneren of maatschappelijke participatie valt niet onder de AWBZ-zorg zoals bedoeld in artikel 41, tweede lid, AWBZ. De rechtbank stelt vast dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mate waarin huishoudelijke hulp in het pgb is verdisconteerd en welke concrete behoefte eisers hebben.
Daarom is het standpunt van de gemeente dat er een voorliggende voorziening zou zijn niet houdbaar. De bestreden besluiten zijn in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht genomen. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de besluiten en draagt de gemeente op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de betaalde griffierechten aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de gemeente en draagt op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.