ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1469
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- De Jong
- Troost
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak WVMC en veroordeling voor voorbereidingshandelingen Opiumwet door groothandel in chemicaliën
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een groothandel in laboratoriumartikelen en chemicaliën, die werd verdacht van het niet melden van verdachte transacties van stoffen zoals zoutzuur, zwavelzuur, aceton en tolueen volgens de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (WVMC). Daarnaast werd verdachte beschuldigd van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet, waaronder het leveren en voorhanden hebben van chemicaliën en laboratoriumapparatuur bestemd voor de productie van drugs.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de WVMC-overtreding omdat niet duidelijk was welke hoeveelheden als verdacht moesten worden aangemerkt en omdat leveringen van grote hoeveelheden aceton buiten de ten laste gelegde periode vielen. Voor de Opiumwet oordeelde de rechtbank dat verdachte samen met anderen voorbereidingshandelingen had verricht door het leveren, opslaan en beschikbaar stellen van stoffen en apparatuur die gebruikt kunnen worden voor de productie van amfetamine, MDMA en andere drugs. Dit werd ondersteund door doorzoekingen waarbij onder meer safrol, amfetamine en metamfetamine werden aangetroffen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde aan deze voorbereidingshandelingen, mede gezien de betrokkenheid van vennoten en de aanwezigheid van relevante documenten en materialen. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €15.000,-, lager dan geëist, met inachtneming van het ontbreken van een strafblad en het niet bewezen verklaren van de WVMC-overtreding. Tevens werden in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer vanwege hun gebruiksdoel in drugproductie.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van overtreding WVMC maar veroordeeld voor medeplegen voorbereidingshandelingen Opiumwet en kreeg een boete van €15.000,- opgelegd.