ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5545
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen buitenlandse bankrekeningen Van Lanschot
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin belanghebbende bezwaar maakte tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting, gebaseerd op gegevens van buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot in Luxemburg.
De inspecteur had de aanslagen opgelegd op basis van door de Belgische autoriteiten verkregen renseignementen, die de rechtbank als rechtmatig en authentiek beoordeelde. De echtgenoot van belanghebbende werd geïdentificeerd als rekeninghouder, wat door de inspecteur aannemelijk werd gemaakt via een uitgebreide matching met het Nederlandse BVR-systeem.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de tweede serie navorderingsaanslagen, waardoor deze voor 2001 en 2002 werden vernietigd. Daarnaast werd vastgesteld dat op de aanslagbiljetten voor 2003-2005 alleen totaalbedragen stonden, zonder afzonderlijke specificatie van boete en heffingsrente, waardoor deze beschikkingen niet tot stand waren gekomen en de aanslagen werden verminderd tot het bedrag van de enkelvoudige belasting.
Verder werd de omkering van de bewijslast geaccepteerd en de gehanteerde redelijke schatting van het vermogen en de inkomsten als niet onredelijk beoordeeld. De rechtbank kende proceskostenvergoedingen toe en bepaalde dat het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen over 2001 en 2002 worden vernietigd, die over 2003-2005 verminderd tot enkelvoudige belasting, en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.