ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8479
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid uitgetreden beherend vennoot voor huurschuld voortgezet huurovereenkomst
De zaak betreft een vordering van een verhuurder tegen de commanditaire vennootschap Refill Plus C.V. en een voormalige beherend vennoot, [gedaagde sub 2], tot betaling van achterstallige huurpenningen en buitengerechtelijke kosten.
De huurovereenkomst betrof een bedrijfsruimte met een initiële looptijd van vijf jaar, die na afloop werd voortgezet voor nog eens vijf jaar. De beherend vennoten waren zowel [gedaagde sub 2] als mevrouw [Y]. [gedaagde sub 2] was tot 1 oktober 2010 als beherend vennoot ingeschreven. Hij voerde aan slechts aansprakelijk te zijn voor huur tot die datum en betwistte de hoogte van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de huurovereenkomst binnen de periode viel dat [gedaagde sub 2] beherend vennoot was, waardoor hij hoofdelijk aansprakelijk blijft. De huur over augustus 2009 werd als betaald aangenomen op basis van bankafschriften. De vordering werd verminderd tot € 5.117,34, exclusief buitengerechtelijke kosten die werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde Refill Plus C.V. en [gedaagde sub 2] hoofdelijk tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente en proceskosten, en wees de overige vorderingen af.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Refill Plus C.V. en de uitgetreden beherend vennoot hoofdelijk tot betaling van € 5.117,34 huurachterstand met rente en proceskosten, en wijst de vordering tot buitengerechtelijke kosten af.