ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0900
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen teruggaaf dividendbelasting voor Luxemburgs beleggingsfonds wegens onvergelijkbaarheid
Belanghebbende, een in Luxemburg gevestigd beleggingsfonds dat vrijgesteld is van winstbelasting, verzocht om teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting over 2007/2008 en 2008. De inspecteur wees deze verzoeken af, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of het achterwege laten van teruggaaf in strijd was met artikel 63 van Pro het EU-Verdrag over het vrije kapitaalverkeer. Belanghebbende stelde zich primair op het standpunt dat zij gelijk behandeld moest worden als een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling en subsidiair als een in Nederland gevestigd niet aan vennootschapsbelasting onderworpen lichaam.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling omdat zij geen uitdelingsverplichting heeft, wat essentieel is voor de vergelijkbaarheid. Ook is zij niet vergelijkbaar met een niet aan vennootschapsbelasting onderworpen lichaam omdat zij naar Nederlands recht wel aan vennootschapsbelasting zou zijn onderworpen. Hierdoor is er geen sprake van discriminatie in strijd met het EU-Verdrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering tot teruggaaf en vergoeding van gederfde rente af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de teruggaaf van dividendbelasting wordt geweigerd.