Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een Luxemburgs beleggingsfonds (SICAV), verzocht teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting over 2007/2008 en 2008. De Inspecteur wees dit af en de Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet vergelijkbaar is met vrijgestelde lichamen zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, Wet DB 1965, noch met fiscale beleggingsinstellingen (fbi). Het fonds kent verschillende soorten aandelen, waaronder 'accumulation shares' waarop geen dividend wordt uitgekeerd, waardoor niet wordt voldaan aan de doorstootverplichting die essentieel is voor de fbi-status.
Het Hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europese Hof van Justitie, die bepalen dat het niet verlenen van teruggaaf geen discriminatie oplevert zolang belanghebbende niet objectief vergelijkbaar is met de vrijgestelde lichamen. Het Hof concludeert dat belanghebbende te vergelijken is met vennootschappen die vennootschapsbelasting betalen en daarom geen recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het Luxemburgse beleggingsfonds heeft geen recht op teruggaaf van dividendbelasting.