ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2731
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep en beperking heffingsrente wegens niet correcte adresbekendmaking en schending zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende diende een papieren aangifte inkomstenbelasting 2009 in met een belastbaar inkomen van €40.703 en een ingehouden loonheffing van €4.959. De voorlopige aanslag van januari 2011 was gebaseerd op onjuiste gegevens, waardoor een teruggaaf van €3.769 inclusief €146 heffingsrente werd toegekend. De definitieve aanslag van mei 2012 volgde conform de oorspronkelijke aangifte, met een te betalen bedrag van €8.479 inclusief €585 heffingsrente.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de heffingsrente, maar de inspecteur stuurde de uitspraak op bezwaar naar een oud adres, ondanks een verzoek tot adreswijziging. Hierdoor werd de uitspraak niet correct bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn pas begon toen belanghebbende begin augustus kennis nam van de uitspraak. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door de voorlopige aanslag niet conform de aangifte vast te stellen. Het renteverlies door deze fout moet voor rekening van de inspecteur blijven. Daarom mag belanghebbende niet meer heffingsrente betalen dan wanneer de voorlopige aanslag correct was opgelegd. De heffingsrente werd beperkt tot de periode 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010, berekend over €4.271.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, matigde de heffingsrente en beval vergoeding van het betaalde griffierecht. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de heffingsrente wordt beperkt en de uitspraak op bezwaar vernietigd.