ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2735
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenvergoeding voor afzonderlijke bezwaarschriften bij hoorzitting niet verdeeld over zaken
Belanghebbende diende namens vijf verschillende personen vijf afzonderlijke bezwaarschriften in die tijdens één hoorzitting afzonderlijk werden behandeld. De heffingsambtenaar had de forfaitaire kostenvergoeding voor het verschijnen op de hoorzitting gedeeld over de vijf zaken, waardoor belanghebbende slechts éénvijfde van het bedrag ontving.
De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de vijf zaken niet nagenoeg identiek waren en niet op vergelijkbare gronden tegelijk waren ingediend. Daarom was het onterecht om de forfaitaire vergoeding te verdelen.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat de beperkte duur van de hoorzitting een bijzondere omstandigheid vormde die een afwijking van de forfaitaire regeling rechtvaardigde. De forfaitaire regeling is immers bedoeld om af te zien van daadwerkelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van in totaal € 554 aan proceskosten, inclusief griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd op 9 april 2013.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van volledige kostenvergoeding voor de hoorzitting.