ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3747
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt dienstbetrekking Polen en inhoudingsplicht werkgever in schijnconstructie
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak over naheffingsaanslagen loonheffing en boetes opgelegd aan belanghebbende, die een klussenbedrijf exploiteerde via een vennootschap onder firma (vof) met Poolse werknemers. De inspecteur stelde dat de vof een schijnconstructie was en dat de Polen feitelijk in loondienst waren bij belanghebbende.
Uit verklaringen van de Polen, aannemers en contractspartijen bleek dat de Polen geen zelfstandige ondernemers waren, maar onder gezag van belanghebbende werkten en een laag netto salaris ontvingen. De rechtbank concludeerde dat de vof geen reële vennootschap was, maar een papieren constructie om fiscale verplichtingen te ontlopen. Belanghebbende werd aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonheffing.
De rechtbank bevestigde dat de opgelegde vergrijpboetes terecht waren vanwege opzet van belanghebbende. Hoewel de procedure lang duurde, werd de redelijke termijn niet overschreden voor boetes, maar wel voor bezwaar- en beroepsfase, waardoor een immateriële schadevergoeding van €1.500 werd toegekend.
De rechtbank wees de beroepen ongegrond en veroordeelde de inspecteur tot betaling van de schadevergoeding. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslagen en boetes en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.