ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3760
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vennootschap onder firma tussen Poolse vennoten bij loonheffing
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 april 2013 uitspraak gedaan in een zaak over naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2005 tot en met 2008. De inspecteur had aan belanghebbende, een klussenbedrijf met de rechtsvorm van een vennootschap onder firma (VOF), naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, omdat werd aangenomen dat de Poolse vennoten in loondienst waren in plaats van zelfstandige ondernemers.
Na onderzoek en een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat belanghebbende geen realiteitsgehalte had en dat sprake was van een dienstbetrekking. De rechtbank oordeelde echter dat er geen vennootschap onder firma bestond tussen de Polen en dat belanghebbende dus niet bestond als VOF. Hierdoor waren de naheffingsaanslagen ten onrechte aan belanghebbende opgelegd.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de naheffingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure werd afgewezen omdat daarvoor reeds een vergoeding was toegekend aan de feitelijke belanghebbende.
De uitspraak is gedaan in samenhang met andere zaken tegen dezelfde partijen en bevestigt dat de inhoudingsplicht bij de feitelijke belanghebbende ligt, niet bij de formele VOF-constructie.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen loonheffingen, boetes en heffingsrente opgelegd aan belanghebbende worden vernietigd wegens het ontbreken van een vennootschap onder firma.