ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3773
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen loonheffing aan BV wegens inhoudingsplicht bij vader DGA
Belanghebbende BV, vennoot in een vof met voornamelijk Poolse vennoten, kreeg naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd over 2006-2008. De rechtbank oordeelde dat er wel dienstbetrekkingen van de Poolse werknemers waren, maar dat de inhoudingsplicht bij de vader van de DGA lag, waardoor de aanslagen aan de BV onterecht waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de aanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van €693. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. De vof kreeg ook een proceskostenvergoeding toegekend.
Belanghebbende vroeg om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank oordeelde dat de termijn van twee jaar nog niet was overschreden. De uitspraak is gedaan op 16 april 2013 en kan binnen zes weken worden bestreden bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen loonheffing aan de BV zijn vernietigd omdat de inhoudingsplicht bij de vader van de DGA lag.