ECLI:NL:RBZWB:2014:618
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen door toerekening vertraging aan belanghebbende
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2009, inclusief boetes van 100%, gebaseerd op informatie van een tipgever over buitenlandse bankrekeningen. De inspecteur verzocht belanghebbende om informatie over deze rekeningen, waarop belanghebbende slechts gedeeltelijk reageerde. Een civiele rechter veroordeelde belanghebbende tot het verstrekken van alle gevraagde informatie, maar belanghebbende verstrekte deze niet.
Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar en startte een beroep tegen het uitblijven daarvan. De inspecteur weigerde uitspraken te doen zolang niet alle informatie was verstrekt, om te voorkomen dat belanghebbende zijn informatie op die van de inspecteur kon afstemmen.
De rechtbank oordeelde dat de vertraging in het doen van uitspraken op bezwaar aan belanghebbende kan worden toegerekend, waardoor de wettelijke termijn voor uitspraak op bezwaar van rechtswege is opgeschort. Omdat de termijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling, was het beroep prematuur en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vertraging aan belanghebbende kan worden toegerekend.