Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
Bespreking van middel I: belanghebbende niet‑ontvankelijk in beroep bij de Rechtbank (subklacht 1) en verlenging termijn uitspraak op bezwaar is gerechtvaardigd (subklacht 2)
allebeslissingen op bezwaarschriften tegen beschikkingen. Daarbij is het dus niet van belang of het besluit waartegen bezwaar is ingesteld die - primaire - beschikkingen al of niet op aanvraag (...) zijn gegeven. Het bezwaarschrift is immers zelf een aanvraag in de zin van de Awb (...). Ook het rechtskarakter van de primaire beslissing is niet bepalend voor de vraag of paragraaf 4.1.3.2 van toepassing is op de beslissing op bezwaar.
heledossier geheim te houden. [40] De inspecteur kan desgewenst ook bepaalde delen geheim houden. Als de rechter hem daarin niet volgt, kan de inspecteur mijns inziens toch blijven weigeren alle stukken over te leggen, zij het dat de rechter aan zo een weigering ingevolge artikel 8:31 Awb Pro de gevolgen kan verbinden die hem geraden voorkomen, waaronder naar mijn mening ook kunnen vallen de gehele of gedeeltelijke vernietiging van opgelegde belastingaanslagen en boetes.
Bespreking van middel II: de in artikel 52a, lid 2, AWR gegeven termijnverlenging was niet verstreken (subklacht 1) en de informatiebeschikking was niet vervallen (subklacht 2)
Bespreking van middel III: de Inspecteur was niet in gebreke (subklacht 1) en niet voor elk van de 54 beschikkingen is een dwangsom verbeurd (subklacht 2).
allein het geding zijnde aanslagen. (...). Op dat verzoek is nimmer verweer gevoerd door de Inspecteur. De stelling dat er sprake is van samenhangende zaken en dientengevolge een matiging van de dwangsom aan de orde is, komt als 'mosterd na de maaltijd'.