ECLI:NL:RBZWB:2014:6270
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Huurprijsverhoging en verjaring in huurovereenkomst woonruimte met persoonlijke relatie
In deze zaak staat een geschil centraal over huurprijsverhogingen en terugbetaling van vermeend onverschuldigde huur tussen partijen die een persoonlijke relatie hadden en een mondelinge huurovereenkomst sloten in 1997.
Eiser stelt dat hij pas recentelijk bekend is geworden met zijn vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur, maar de rechtbank oordeelt dat voor het aanvang van de verjaring subjectieve bekendheid met de feiten volstaat, niet met de juridische beoordeling daarvan. Omdat eiser vanaf het begin op de hoogte was van de feitelijke huurverhogingen, is de verjaringstermijn in 1998 al aangevangen.
De verjaring is wel gestuit door een e-mail van eiser in oktober 2012, waardoor terugvordering van huurbetalingen alleen mogelijk is vanaf vijf jaar daarvoor. De huurprijs per 31 oktober 2007 wordt als uitgangspunt genomen. De vordering tot verklaring voor recht en vernietiging van huurverhogingen vanaf 1998 wordt afgewezen wegens het tenietgaan van de verbintenis door verjaring.
Verder is een waardering van de woonruimte op basis van het puntensysteem van de Huurcommissie gevraagd om te beoordelen of de huurprijs redelijk is, mede gelet op de kwaliteit en omvang van de woning. Schadevergoedingen wegens onrechtmatig handelen worden betwist en nader gespecificeerd. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en beoordeling.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling is deels verjaard en alleen mogelijk vanaf vijf jaar voor de stuiting, huurprijsverhogingen vanaf 1998 worden nietig verklaard wegens verjaring.