Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het de kostenvergoeding betreft;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de kostenvergoeding betreft;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 44 aan deze vergoedt.
2.Gronden
€ 8.348 opgelegd (hierna: de naheffingsaanslag 2011). Het belastingbedrag betreft de bijtelling van door belanghebbende volgens de inspecteur voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis in privé gebruikte auto’s, welke door zijn werkgever aan hem ter beschikking werden gesteld. De naheffingsaanslag 2011 is gebaseerd op een jaarsalaris van € 39.840, een cataloguswaarde van € 120.687 voor de auto met kenteken [kenteken 1] in de periode van 1 januari 2011 tot en met 8 februari 2011 en een cataloguswaarde van € 68.255 voor de auto met kenteken [kenteken 2] in de periode van 9 februari 2011 tot en met 31 december 2011 met voor beide auto’s een bijtellingspercentage van 25%.
€ 243 met een wegingsfactor 1). De reeds door de inspecteur aan belanghebbende vergoede kosten van € 235 dienen met de nieuw vastgestelde kostenvergoeding verrekend te worden, zodat een door de inspecteur te betalen bedrag van € 251 resteert.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;