ECLI:NL:PHR:2016:883
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van ANPR-gegevens door Belastingdienst voor controle privégebruik auto van de zaak rechtmatig
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd wegens onvoldoende bewijs dat hij minder dan 500 kilometer privé met de aan hem ter beschikking gestelde auto had gereden. De Inspecteur gebruikte ANPR-gegevens van de Politie om de rittenadministratie te controleren. Belanghebbende voerde aan dat het gebruik van deze gegevens in strijd was met privacywetgeving en dat er geen wettelijke grondslag was voor de gegevensverzameling.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen en dat de Belastingdienst de ANPR-gegevens rechtmatig mocht gebruiken. Het Hof stelde vast dat belanghebbende met de verklaring geen privégebruik zelf controle toeliet en dat het gebruik van ANPR-gegevens proportioneel en subsidiariteit in acht nemend was. Ook werd geoordeeld dat de belastingrechter niet bevoegd is om de werkwijze van de Inspecteur aan de Wet bescherming persoonsgegevens te toetsen.
In cassatie werden meerdere klachten van belanghebbende afgewezen, waaronder over de wettelijke grondslag, proportionaliteit, bewaartermijn en boetes. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. De Hoge Raad bevestigde dat de Belastingdienst de ANPR-gegevens op de wijze zoals vastgesteld mag gebruiken voor fiscale controles.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetes blijven in stand.