Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2011 te laat in, ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen van de inspecteur. De inspecteur legde een verzuimboete van €226 op, die na bezwaar werd gematigd tot €49. Belanghebbende stelde dat de boete in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, onbevoegd was opgelegd vanwege geautomatiseerde oplegging en onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de boeteoplegging geen schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt, omdat de hoogte van de boete door een onafhankelijke rechter kan worden getoetst. De geautomatiseerde oplegging werd als bevoegd beschouwd omdat de handelingen namens de inspecteur worden verricht. De inspecteur had niet onrechtmatig gehandeld door geen rekening te houden met een later ingevoerd besluit dat matiging mogelijk maakt.
De rechtbank vond de gematigde boete van €49 niet te hoog en wees het beroep af. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit door de inspecteur in de bezwaarfase.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €49 wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd.