Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding.
2.Motivering
3.Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om een dwangsom af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2012 en verzocht om kostenvergoeding. De inspecteur deed uitspraak op bezwaar waarbij de aanslag werd verminderd, maar geen beslissing werd genomen over de kostenvergoeding.
Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke met een brief die echter niet duidelijk maakte dat het ging om het niet beslissen over de kostenvergoeding. Na het indienen van beroep stelde de inspecteur vast dat de ingebrekestelling niet voldeed aan de wettelijke eisen.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 9 oktober 2014 niet als geldige ingebrekestelling kon worden aangemerkt omdat niet concreet was aangegeven dat het verzoek om kostenvergoeding niet was behandeld. Hierdoor was niet voldaan aan artikel 6:12, tweede lid, Awb, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
Het verzoek om dwangsom werd eveneens afgewezen omdat een dwangsom alleen kan worden toegekend indien een geldige ingebrekestelling is gedaan. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier M.D.E. Copra-Carolie op 17 april 2015 in Breda.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een dwangsom wordt afgewezen.