Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
[verweerder]. De beroepen van [D], de echtgenote van belanghebbende (hierna: de echtgenote), zijn gelijktijdig behandeld (procedurenummers 13/5534 tot en met 13/5544).
2.Feiten
“Op [datum] 1992 is mijn echtgenote overleden. In dat jaar hebben mijn kinderen en ik
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
1. Is de wel verstrekte informatie voldoende?
5.Schadevergoeding
6.Proceskosten en griffierecht
7.Beslissing
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep ten bedrage van € 367,50;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 44 aan hem vergoedt;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: