ECLI:NL:RBZWB:2015:5301
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor VAR-WUO bij zorg in natura werkzaamheden
Verzoekster, werkzaam in de thuiszorg met specialisatie in palliatieve zorg, verzoekt de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen waarbij de afgegeven VAR-Loon wordt geschorst en een VAR-WUO wordt toegekend voor haar werkzaamheden in zorg in natura. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoekster, omdat het ontbreken van een VAR-WUO haar opdrachten kan belemmeren en daarmee haar inkomsten en vaardigheden negatief beïnvloedt.
De beoordeling richt zich op de zelfstandigheid van verzoekster ten opzichte van haar opdrachtgevers. Hoewel zij een raamovereenkomst heeft gesloten met één zorgaanbieder, is vastgesteld dat zij onvoldoende zelfstandigheid bezit. De zorgaanbieders zijn eindverantwoordelijk voor het zorgplan en verzoekster voert haar werkzaamheden uit binnen dit kader, zonder volledige vrijheid of toezichtvrijheid. Positieve aanwijzingen voor ondernemerschap zijn onvoldoende onderbouwd.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete vergelijkingsgevallen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, met de opmerking dat de bodemrechter in een eventuele bodemprocedure een ander oordeel kan geven. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor het afgeven van een VAR-WUO wordt afgewezen wegens onvoldoende zelfstandigheid.