ECLI:NL:RBZWB:2015:976
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Eiser heeft zeven beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de CVOM op verzoeken om openbaarmaking van overheidsinformatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De CVOM heeft in enkele zaken alsnog beslist, maar de beroepen tegen het niet tijdig beslissen zijn voortgezet. De rechtbank heeft de zaken ter zitting behandeld, waarbij eiser niet is verschenen.
De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser, Waals, op een gestandaardiseerde wijze honderden Wob-verzoeken en gerelateerde procedures heeft ingediend, waarbij de correspondentie omvangrijk en ongestructureerd was. Dit heeft de besluitvorming door de CVOM bemoeilijkt. De rechtbank concludeert dat het indienen van deze verzoeken en beroepen niet gericht is op het verkrijgen van informatie, maar op het incasseren van dwangsommen en proceskosten, wat kwalificeert als misbruik van recht.
Op grond van artikel 3:13 en Pro 3:15 van het Burgerlijk Wetboek kan een bevoegdheid niet worden ingeroepen indien deze wordt misbruikt. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie dat in bestuursrechtelijke Wob-zaken terughoudendheid geldt bij het aannemen van misbruik, maar in dit geval is het misbruik evident. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken en bestuursrechtelijke procedures.