ECLI:NL:RBZWB:2016:2255
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van disciplinaire ontslag wegens ernstig plichtsverzuim na vechtpartij
Eiser, werkzaam als brandweervrijwilliger en medewerker operationele voorbereiding, was betrokken bij een vechtpartij op 19 april 2014. De werkgever ontving processen-verbaal van de politie en legde eiser disciplinaire straf van ontslag op wegens vijf gedragingen die ernstig plichtsverzuim vormden.
Eiser voerde onder meer aan dat de processen-verbaal onrechtmatig verkregen bewijs waren, dat het onderzoek onvoldoende was en dat de straf disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal rechtmatig waren verkregen en dat het dagelijks bestuur voldoende onderzoek had gedaan, inclusief het opvragen van het volledige politiedossier.
De rechtbank stelde vast dat vier van de vijf gedragingen (niet onttrekken aan vechtpartij, onvoldoende de-escalerend optreden, onvoldoende meewerken aan politie, gebruik van geweld tegen politie of anderen) voldoende waren bewezen en ernstig plichtsverzuim vormden. Het niet tijdig melden van het incident werd niet als verwijtbaar aangemerkt.
De toerekenbaarheid van het plichtsverzuim werd bevestigd, ondanks dat eiser zich verweerde als hulpverlener. De opgelegde straf van ontslag werd als niet onevenredig beoordeeld gezien de ernst van het verzuim en het feit dat eiser zich ook tegen politie had verzet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het ontslagbesluit, waarbij ook werd opgemerkt dat de strafrechtelijke procedure losstaat van deze bestuursrechtelijke zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinaire ontslag wordt bevestigd.